top of page

TIP 6
STEL HOGE TALIGE EISEN

Schriftelijke instructies versterken de taalvaardigheid van leerlingen doordat ze actief moeten lezen, interpreteren en toepassen. Ze bieden structuur, zijn herhaalbaar en ondersteunen zelfstandig werken. Bovendien zijn ze toegankelijker voor meertalige leerlingen en bevorderen ze executieve functies zoals plannen en organiseren.  

SCHRIJVEN OM TE LEREN

DOEL: Writing to learn-activities zijn korte, informele schrijftaken die leerlingen uitdagen om door te denken over bepaalde concepten of ideeën die in de les behandeld worden. De schrijftaakjes duren meestal niet langer dan 5 à 10 minuten (voorafgaand aan, tijdens of vlak na de les).

WritingtoLearn.jpg

VOORBEELD AARDRIJKSKUNDE

Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 09.52.08.png
Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 09.56.20.png
Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 09.58.41.png

ANTWOORDEN IN VOLZINNEN

DOEL Wanneer leerlingen antwoorden in volzinnen, leren ze niet alleen correcte taalstructuren, maar ook hoe ze hun gedachten helder en logisch kunnen verwoorden. Door als leerkracht goede voorbeelden te geven, stimuleer je hen om complexere zinnen te bouwen en verbanden te leggen. Dit versterkt hun communicatievaardigheden in alle vakken, omdat het gebruik van voegwoorden en samenhangende zinnen essentieel is voor uitleg en redeneren. 

DUIDELIJKE INSTRUCTIES VOOR LEERLINGEN

Hoe geef ik volledig antwoord op een vraag? 

Het is elke toets weer een uitdaging: heb ik mijn antwoord wel goed opgeschreven en genoeg onderbouwd? Je hebt vast wel eens meegemaakt dat er een bepaald begrip mist of dat je een antwoord geeft wat eigenlijk helemaal niet past bij de vraag. Om een vraag goed te beantwoorden, is het handig om jezelf een vaste routine aan te leren, waarin je stapsgewijs naar het antwoord toewerkt. Hieronder ga je een stappenplan vinden, dat ruwweg opgebouwd is uit 3 stappen: allereerst het analyseren van de vraag, vervolgens het uitleggen van begrippen en tot slot het formuleren van je antwoord. 

Stap 1: analyseer de vraag 

Allereerst lees je de vraag. Alleen de vraag! De inleidende tekst die soms boven een vraag staat kan je afleiden van de daadwerkelijke vraag en heb je in sommige gevallen ook helemaal niet nodig. Staat er in de vraag ook een verwijzing naar (een gedeelte van) de inleidende tekst? In dat geval is het handig om (dat gedeelte van) de inleidende tekst ook te lezen. 

Vervolgens is het handig om de belangrijke woorden uit de vraag en eventueel inleidende tekst te filteren, namelijk de doe-woorden en de punt-woorden. Omcirkel de doe-woorden. Doe-woorden zijn woorden die vragen om een actie, zoals: leg uit, beredeneer, verklaar. Onderstreep de punt-woorden. Punt-woorden zijn belangrijke begrippen van het vak. Dit kan soms ook een woordgroep zijn. We noemen deze punt-woorden, omdat deze woorden nodig zijn in je antwoord om punten te scoren. In de afbeelding hieronder zijn 3 vragen van verschillende vakken als voorbeeld uitgewerkt. 

Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 10.04.19.png

Stap 2: analyseer de vraag 

Als je de belangrijke begrippen (punt-woorden) uit de vraag helder hebt, is het handig om voor jezelf per punt-woord te bepalen welke begrippen hierbij passen. Dit kan je doen door op je kladblad achter elk punt-woord vier of vijf bijpassende begrippen op te schrijven. Je zou het ook in gedachten kunnen doen, maar op papier geeft vaak meer overzicht. In de afbeelding is een vraag van stap 1 verder uitgewerkt. Bij het uiteindelijke antwoord ga je deze punt-woorden gebruiken om een zo duidelijk mogelijk antwoord op te schrijven. 

Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 10.48.39.png

Stap 3: formuleren van je antwoord 

 

Na het doorlopen van stap 1 en 2 heb je nu helder welke actie er van je gevraagd wordt en is het duidelijk welke begrippen er bij de punt-woorden uit de vraag horen. Je kan nu bijna beginnen met het beantwoorden van de vraag! Het laatste stapje voordat je gaat formuleren is bepalen welk(e) signaalwoord(en) je gaat gebruiken, om het verband tussen je punt-woorden aan te geven. Er zijn drie soorten verbanden. Allereerst is er oorzakelijk verband, waarin een oorzaak een bepaald gevolg heeft. Signaalwoorden die hierbij passen zijn bijvoorbeeld doordat, daarvoor, als gevolg van en zodat. Daarnaast is er redengevend verband, waarbij je iets moet beargumenteren. Signaalwoorden die hierbij passen zijn bijvoorbeeld daarom, omdat, immers en dat blijkt uit. Tot slot is er concluderend verband. Signaalwoorden die hierbij passen zijn bijvoorbeeld dus, daarom, kortom, al met al. 

Laten we eens kijken naar de vraag waarvan de punt-woorden al zijn uitgewerkt in de vorige stap. Om tot een goed antwoord te komen ga je kijken of er een logische combinatie uit de punt-woorden te halen is. Bij verbranding ontstaan verbrandingsproducten. Zure regen wordt veroorzaakt door zwaveldioxide en stikstofdioxide en zwavel heeft als verbrandingsproduct zwaveldioxide. Mijn antwoord zou er als volgt uit zien: Omdat bij de verbranding van zwavel zwaveldioxide ontstaat, veroorzaakt zwaveldioxide zure regen en daardoor ontstaat er schade aan het milieu. 

GOEDE VOORBEELDEN AANREIKEN

Waarom zijn goede voorbeelden cruciaal? 

Helderheid: Leerlingen begrijpen sneller wat er van hen verwacht wordt als ze een concreet voorbeeld zien. 

Kwaliteit verhogen: Een goed voorbeeld zet de lat en voorkomt dat leerlingen gokken wat “goed” is. 

Zelfvertrouwen: Voorbeelden geven houvast, waardoor leerlingen zich zekerder voelen bij het uitvoeren van een taak. 

Differentiatie: Door meerdere voorbeelden te tonen (verschillende niveaus of stijlen) zien leerlingen dat er meer dan één manier is om iets goed te doen. 

Tip voor in de klas:Toon niet alleen het eindproduct, maar ook tussenstappen.
Zo zien leerlingen hoe een proces verloopt en leren ze strategieën om zelf tot een goed resultaat te komen. 

COMPLEXE ZINNEN LEREN CONSTRUEREN

GOEDE VOORBEELDEN AANREIKEN

Waarom zijn goede voorbeelden cruciaal? 

Helderheid: Leerlingen begrijpen sneller wat er van hen verwacht wordt als ze een concreet voorbeeld zien. 

Kwaliteit verhogen: Een goed voorbeeld zet de lat en voorkomt dat leerlingen gokken wat “goed” is. 

Zelfvertrouwen: Voorbeelden geven houvast, waardoor leerlingen zich zekerder voelen bij het uitvoeren van een taak. 

Differentiatie: Door meerdere voorbeelden te tonen (verschillende niveaus of stijlen) zien leerlingen dat er meer dan één manier is om iets goed te doen. 

Tip voor in de klas:Toon niet alleen het eindproduct, maar ook tussenstappen.
Zo zien leerlingen hoe een proces verloopt en leren ze strategieën om zelf tot een goed resultaat te komen. 

COMPLEXE ZINNEN LEREN CONSTRUEREN

Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 10.59.39.png
Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 11.01.16.png

GEBRUIK LEREN MAKEN VAN VOEGWOORDEN

Scherm­afbeelding 2026-01-15 om 11.05.29.png
bottom of page