top of page

TIP 4
ONDERLING OVERLEGGEN 
denken - delen - uitwisselen

Door leerlingen met elkaar in kleinere groepen te laten overleggen is er veel meer spreekkans in een veiliger klimaat. Vergeleken met een gewone lescontext is de kennisverwerving ook diepgaander met meer voldoening als gevolg. Iedereen doet mee, ofwel als actieve luisteraar ofwel als actieve spreker. We zitten bij elkaar en kijken elkaar aan. Onderling overleggen verrijkt sterk het argumenteren en de onderhandeltaal (vb. Ik denk dat / Volgens mij is het ... omdat ... / Wat vind jij daarvan? etc. ) Het nadeel is wel dat dit meer tijd vergt. 

PLACEMAT

OPTIE 1: In het midden staat een opdracht of een stelling. Elk lid van de groep maakt in zijn eigen vak de opdracht of somt (tegen)argumenten op. Tenslotte licht iedere leerling zijn antwoord toe voor de rest van de groep. Indien je het nuttig acht, kun je achteraf enkele oplossingswijzen klassikaal bespreken of door de leerlingen laten presenteren.  

OPTIE 2 : De opdracht wordt mondeling verstrekt, de leerlingen schrijven in hun eigen vak hun antwoord op en in het midden wordt, na overleg binnen de groep, het resultaat van hetgroepsgesprek opgeschreven.  

Deze werkvorm vereist discipline van leerlingen om samen te werken op één blad.

Een A3-papier is aangewezen. Placemats zijn er voor verschillende aantallen leerlingen (zie downloads).  

placemat3.png

VERPLICHT DRAAIEN EN PRATEN

Wanneer je leerlingen vraagt om samen te overleggen, gebeurt er vaak niets.

Sommigen mompelen een paar seconden iets en staren dan met hun partner op de cursus zonder te overleggen. Wanneer je hen verplicht te draaien naar elkaar (of naar de partner voor of achter) én hen verplicht om constant te praten, kan dit meer resultaat geven.  

Wijs in het begin op het belang van het geluidsniveau, niet te zacht of niet te hard.

Schenk aandacht aan gelaatsuitdrukkingen, zowel voor de spreker als de luisteraar. 

Beide partners moeten actief zijn, al is het maar met het gewoon herhalen of hertalen wat de ander al zei. Dit hoeft niet lang te duren, maar zet er telkens een tijdslimiet op, bv. 30sec. 

Idealiter zullen leerlingen om hun tijd luidop te vullen vaste zinstukken beginnen te gebruiken (‘Ik denk vooral dat ...’, Ik ben niet zeker maar zou het iets te maken kunnen hebben met...?) of ze zullen met wat vaardigheid elkaar kunnen dwingen om het woord over te nemen (Waarom denk jij dat dit misschien een oplossing is?). 

bottom of page