KSD
TIP 1 CHECK IN
AFBEELDING
DOEL: Je wil als leerkracht te weten komen wat de voorkennis is van leerlingen over het lesonderwerp en/of hoe ze er tegenover staan.
Voorbeeld:
Waar sta jij op de brug wanneer het gaat over [lesonderwerp] ?

OPEN VRAGEN
DOEL: Je wil als leerkracht te weten komen wat de voorkennis is van leerlingen over het lesonderwerp en/of hoe ze er tegenover staan.
De leerlingen vertellen of schrijven op wat ze al weten of denken te weten over een bepaald thema. Het neerschrijven kan zeker met de ondersteuning van een schrijfkader. Zo heeft elke leerling apart de kans om na te denken wat hij/zij al weet over het onderwerp en zijn ze talig aan het werk (schrijfvaardigheid).
Voorbeelden:


Bron: Handboek taalgericht vakonderwijs
ENTRY TICKET
DOEL: Je wil als leerkracht te weten komen wat de voorkennis is van leerlingen over het lesonderwerp en/of hoe ze er tegenover staan.
Stel vragen aan het begin van de les, gebaseerd op de leerstof van eerdere lessen. Laat de leerlingen de antwoorden neerschrijven en bespreek nadien de antwoorden klassikaal of laat de leerlingen elkaars antwoorden nakijken.
Voorbeelden:

MENTIMETER
DOEL: Je wil als leerkracht te weten komen wat de voorkennis is van leerlingen over het lesonderwerp en/of hoe ze er tegenover staan.
Link: Interactive presentation & audience engagement tool - Mentimeter
ZINNEN LATEN AANVULLEN
DOEL: Je wil leerstof herhalen en/of voorkennis activeren.
Start je zin met een feit en laat de leerlingen aanvullen na ‘omdat’, ‘maar’, ‘dus’...
Voorbeelden: Leerlingen hebben veel slaap nodig, omdat/maar/dus ...
FEIT OF MENING (WISBORDJES)
DOEL: Je wil leerstof herhalen en/of voorkennis activeren.
Geef enkele stellingen aan je leerlingen en laat hen op wisbordjes noteren of het gaat over een feit of over een mening.
TEKST-OF LUISTERFRAGMENT
DOEL: Je wil leerstof herhalen en/of voorkennis activeren.
Start je les met een tekst- of luisterfragment om de leerstof te introduceren.
5 MINUTEN SCHRIJVEN
DOEL: Je wil leerstof herhalen en schrijfvaardigheid trainen.
Laat de leerlingen 5 minuten schrijven over wat ze de vorige les geleerd hebben en wat ze nog niet wisten voor ze les kregen. Ze moeten volzinnen gebruiken. Je kan hieraan nog extra eisen koppelen (bv. gebruik vijf bijvoeglijke naamwoorden, gebruik drie signaalwoorden...).
SPREID- EN TESTROOSTER
DOEL: Je wil leerstof herhalen.
De leerlingen maken op papier een rooster met negen vakken voor negen vragen: drie vragen over de leerstof van gisteren, drie vragen over vorige week en drie vragen over basiskennis. De leerlingen krijgen drie minuten om deze vragen te beantwoorden. Je kan ook een waarde koppelen aan de vragen (bv. Basiskennis = 3 punten; vorige week = 2 punten; gisteren = 1 punt).
DRIE OP EEN RIJ
DOEL: Je wil leerstof herhalen en differentiëren.
Laat de leerlingen 5 minuten schrijven over wat ze de vorige les geleerd hebben en wat ze nog niet wisten voor ze les kregen. Ze moeten volzinnen gebruiken. Je kan hieraan nog extra eisen koppelen (bv. gebruik vijf bijvoeglijke naamwoorden, gebruik drie signaalwoorden...).
WIT BLAD
DOEL: Je wil leerstof herhalen en linken leggen.
Vraag aan de leerlingen wat ze nog weten over de vorige les. Laat hen per twee of individueel de les reconstrueren op een wit blad papier. De leerlingen die vastlopen, kan je op weg helpen. Je kan als extra oefening de leerlingen op het einde van de les hun papier laten aanvullen met de nieuwe leerstof.
TERUGBLIK
DOEL: Je wil de leerstof herhalen en nagaan wat de leerlingen wel of niet begrepen hebben.
Als je leerlingen binnenwandelen, liggen er blaadjes klaar met gerichte vragen over de voorbije les, over eerdere lessen of basisleerstof.
Je scant op vaak gemaakte fouten terwijl je rondloopt, je laat leerlingen blaadjes uitwisselen en elkaars antwoorden checken.
Die blaadjes mee naar huis nemen en jezelf verbeterwerk bezorgen? Zeker niet de bedoeling.