top of page

TIP 2
ZOVEEL MOGELIJK LEERLINGEN 
ANTWOORDEN TEGELIJK

Korte toelichting: Het is belangrijk om alle leerlingen zoveel mogelijk talig te activeren. Hieronder vind je enkele werkvormen om zoveel mogelijk leerlingen tegelijk te laten antwoorden. 

WISBORDJES

DOEL: Alle leerlingen zijn tegelijk actief en dit is belangrijke informatie voor de leerkracht.

De leerkracht stelt een vraag en de leerlingen antwoorden kort op de wisbordjes. 

100_069014_main_or_1.jpg.jpg

ANTWOORDKAARTJES

De leerkracht stelt een vraag en de leerlingen antwoorden door kaartjes in de lucht te steken.

Deze werkvorm kan je gebruiken bij juist- of foutvragen en bij meerkeuzevragen. 

rode gele en groene kaart - shutterstock_1054370459.jpg
Antwoordkaarten_ABCD.png

WILLEKEURIGE BEURTEN

De leerkracht stelt een vraag en trekt willekeurig een naam. Die leerling moet antwoorden.

Belangrijk: neem geen genoegen met “ik weet het niet”. 

Gebruik naamkaartjes, naamstokjes, “Wheel of Names”, … 

Je kan bij overleg in kleinere groepen (van vb. 5 leerlingen) telkens iedereen een nummer geven.  

Pas na het overleg roep je een nummer. De leerlingen met dat nummer brengen dan verslag uit. Zo kan niemand zich passief verstoppen in het overleg en is niet steeds dezelfde mondige leerling aan het woord bij het uitbrengen van het verslag. 

Link: https://wheelofnames.com/ 

wheelofnames.jpg
7f631eea15673a34519d91c7ac256883.jpg

DIGITALE TOOLS

Gebruik Kahoot, MentimeterPadletSocrative

Wooclap, Plickers, AnswerGarden, Google Forms ... 

om de leerlingen tegelijk te laten antwoorden. 

Kahoot

Schermafbeelding 2025-12-18 141356.jpg

IN KOOR ANTWOORDEN

De leerkracht stelt een vraag en de leerlingen antwoorden in koor. 

 

Deze methode is geschikt om stukjes leerstof te herhalen, belangrijke begrippen te benadrukken en moeilijk te lezen woorden samen in te oefenen. 

Schermafbeelding 2025-12-18 154225.jpg

IEDEREEN BEWEEGT OM TE ANTWOORDEN

Om iedereen stelling te laten innemen of om hen te laten antwoorden op ja-nee-vragen of meerkeuzevragen kan je leerlingen ook simpel laten bewegen. Van op hun plaats kunnen ze hun antwoord geven door handen hoog of laag te laten gaan, (een aantal) vingers te laten opsteken of door hen te laten zitten of rechtstaan. 

Mocht je meer tijd en ruimte hebben, is het een idee om hen naar een kant of hoek van het lokaal te laten bewegen. 

MEER INFORMATIE

bottom of page